Ervaringsverhaal Bert Slob
‘Door het sporten voelde ik me minder patiënt’
Bert Slob (69) leefde een gezond leven, tot hij door het bevolkingsonderzoek ontdekte dat hij endeldarmdarmkanker had. De maand voor zijn operatie trainde hij zich fitter en sterker dan hij jarenlang was. Dit hielp enorm bij zijn herstel: ‘Zo kon ik zélf iets doen om hier doorheen te komen.’
‘Mijn lichaam had me beduveld. Waarom zou dat niet nog een keer gebeuren?’
Kwetsbaar vogeltje
Ineens stond mijn hele leven op z’n kop. Van een gezonde, actieve vent veranderde ik in een kwetsbaar vogeltje. Ik was onzeker over alles. Kan ik geopereerd worden? Zijn er uitzaaiingen? En kan mijn lichaam dit allemaal wel aan? Ik ben ontzettend goed geholpen in het ziekenhuis en de snelheid waarmee ik duidelijkheid kreeg over mijn situatie was hartverwarmend. Maar het is wel even flink omschakelen in mijn hoofd. Gelukkig had ik geen uitzaaiingen en hoefde alleen geopereerd te worden.
Mijn vrouw en ik schoten vrij snel in de doe-modus. We regelden hulp in onze omgeving, zodat ik me kon richten op de operatie. Ik wilde doen wat ik kon om daar zo goed mogelijk uit te komen.
Vertrouwen in mijn lichaam
In het ziekenhuis kreeg ik een gesprek over hoe ik fit en sterk de operatie in kon gaan. Ik zou de maand voor mijn operatie drie keer per week serieus moeten trainen. Dat vond ik spannend. Tijdens mijn intakegesprek met de fysiotherapeut vroeg ik steeds: “Kan ik dit wel aan?” Ze legde haar pen neer en zei: “Je hebt dat nu al vier keer gevraagd. Waar ben je bang voor?”
Ik gaf aan: “Mijn lichaam heeft me beduveld. Ik voelde me kerngezond, maar had wel kanker. Waarom zou dat niet nog een keer gebeuren? En houdt deze keer mijn hart er mee op tijdens het trainen?” Ik vertrouwde mijn lichaam niet. Was bang dat ik al voor de operatie dood zou zijn. Kon ik niet beter rustig aan doen? De vrouw zei dat er afgezien van de tumor niets mis was met mijn lichaam: “Je kunt gerust gaan fietsen. En natuurlijk houden we je in de gaten.” Door haar kreeg ik het vertrouwen in mijn lichaam terug.
Mooie gesprekken
Daarna begon het trainen. Drie keer per week zat ik in het ziekenhuis een half uur op de hometrainer te stampen en was ik bezig met gewichten. Zoals beloofd werd alles gemeten en in de gaten gehouden. Mijn conditie ging met sprongen vooruit. Dat was een enorme oppepper. Ik kreeg in de gaten dat ik zo zélf iets kon doen om goed uit de operatie te komen. En om daarna weer dingen te kunnen doen waar ik blij van word en die mijn leven leuk maken, en zonder al te veel klachten over te houden aan de behandeling.
Het trainen deed ik in een groep samen met andere kankerpatiënten. Dat bleek heel waardevol. Al vond ik het in het begin best confronterend: we waren allemaal ziek en niemand wist precies wat ons te wachten stond. Maar al snel ontstonden er mooie gesprekken. Over angst voor de operatie en hoe je daarmee omgaat bijvoorbeeld.

‘Het trainen deed ik in een groep samen met andere kankerpatiënten. Dat bleek heel waardevol.’
Minder patiënt
Op de dagen dat ik niet in het ziekenhuis aan het sporten was, ging ik zelf veel wandelen en fietsen. Daardoor voelde ik me minder patiënt. En was het voor mensen in de buurt makkelijker om een praatje te maken.
Kanker is voor veel mensen een moeilijk gespreksonderwerp. Er is altijd wel iemand in je omgeving die het lastig vindt om erover te praten. Doordat ik veel bezig was met trainen konden we daarover praten, en niet direct over mijn ziekte. Ik vond dat zelf ook prettig. Ik had ook niet altijd zin om mijn hele ziekteproces met mijn omgeving te bespreken.
