Column

Herma ten Have is oncologiediëtist. Zij helpt mensen met kanker met eten en drinken. In deze column vertelt ze over een vrouw die tegenover haar zat, zenuwachtig en onzeker over een grote operatie. Want hoe móest dat eigenlijk, zich goed voorbereiden?

Niet volproppen, wel voeden

04

Ze zat tegenover me en trok haar schouders even op voordat ze begon te praten. ‘Ik doe echt mijn best, zei ze, bijna verontschuldigend. ‘Maar het voelt alsof ik mezelf de hele dag door moet volproppen.’
Ze was een vrouw van eind veertig en niet gewend om patiënt te zijn. Nu had ze gehoord dat ze darmkanker heeft. Over een paar weken stond er een grote operatie gepland. Vanuit het ziekenhuis kwam ze bij mij terecht voor hulp. Ze wilde zich zo goed mogelijk voorbereiden. Sterker de operatie in. Dat idee gaf houvast, maar zorgde ook voor onrust. Want hoe dóé je dat eigenlijk, goed voorbereiden?

Ze was altijd actief geweest. At zonder veel nadenken, precies genoeg. Nooit begeleiding nodig gehad, nooit een dieet gevolgd. En nu zat ze bij een diëtist. Alleen dat al voelde vreemd. Ze wilde het goed doen, niets laten liggen. Maar hoe meer ze las over ‘aansterken’ en ‘eiwitrijk eten’, hoe groter haar weerstand werd. Alsof goed zorgen voor jezelf betekende dat je telkens over je eigen grenzen moest gaan.

Maar hoe meer ze las over ‘aansterken’ en ‘eiwitrijk eten’, hoe groter haar weerstand werd.

Dat beeld herken ik. Veel mensen denken dat goed voeden vóór een operatie gelijkstaat aan grote porties en eten tegen de zin in. Terwijl het daar bijna nooit om gaat.

In onze gesprekken begonnen we met inzicht. We keken niet alleen naar wat ze at, maar vooral naar wat haar lichaam nodig had. We volgden de samenstelling van haar lichaam. Zo zagen we veranderingen in vet en spiermassa. Dat gaf ons richting. We maakten keuzes op wat haar lichaam liet zien, niet op gevoel of giswerk.

Ze schrok toen ze hoorde dat er weinig ruimte was om af te vallen. Haar gewicht leek stabiel, maar rond een operatie telt vooral wat er onder de oppervlakte gebeurt. Spiermassa is belangrijk voor herstel. Niet om ‘fit te lijken’, maar om de operatie beter aan te kunnen en daarna weer op te krabbelen.

Vanaf dat moment veranderde de toon. Het ging niet langer over méér eten, maar over gerichter eten. Kleine porties, verdeeld over de dag. Eiwit op momenten dat het haalbaar was. Voeding die paste bij haar smaak en dagelijkse leven. En als dat met gewone voeding lastig was, gebruikten we tijdelijk een aanvulling. Niet als verplichting, maar als steun.

‘Dus ik hoef mezelf niet te dwingen?’ vroeg ze opgelucht. ‘Nee,’ zei ik. ‘Je hoeft je lichaam te voeden, niet te forceren.’

Naast voeding speelde beweging een belangrijke rol. Via het ziekenhuis was ze ook in contact gebracht met een fysiotherapeut die veel weet over bewegen bij kanker, met wie ze werkte aan conditie en spierkracht. We pasten het aan aan wat ze kon, en bleven dit volhouden. Voeding en beweging versterken elkaar, ook in deze fase.
Na de operatie bleven we volgen en bijstellen. Er waren dagen met weinig trek en dagen waarop het vertrouwen even weg was. Juist dan hielpen de metingen en het plan dat er al lag. Ze boden rust en houvast.
Wat mij in het ondersteunen van deze vrouw raakte, was hoe streng ze voor zichzelf was. Alsof ze het perfect moest doen. Terwijl goede voorbereiding juist vraagt om mildheid. Om luisteren. Om accepteren dat dit zoeken is.
Goed voorbereid de operatie ingaan betekent niet dat je je altijd sterk voelt. Het betekent dat je stap voor stap keuzes maakt die je lichaam ondersteunen. Dat je voedt in plaats van vecht.

Goed voorbereid de operatie ingaan betekent niet dat je je altijd sterk voelt. Het betekent dat je stap voor stap keuzes maakt die je lichaam ondersteunen.